Filmen zonder geld Eigenlijk te mooi om waar te zien. Voortdurend klinken geluiden over professionalisering door de film- en televisie-industrie. Een van de redenen waarom dat allemaal zo moeilijk van de grond komt, is de financiering van de film. Het hangt veelal van toevalligheden en connecties af of een project de verdiende ondersteuning krijgt. Tot voor enkele jaren was dat minder moeilijk omdat het circuit van producenten en makers klein en overzichtelijk was. Maar de laatste jaren is door de uitbreiding van het aantal beschikbare uren televisie (publiek en commercieel, landelijk en lokaal) de aanwas van makers en producenten aanzienlijk vergroot. De beschikbare budgetten van televisie en fondsen zijn in die tijd niet verhoogd en vaak zelf kleiner geworden. De spoeling wordt steeds dunner en buiten de branche roept de politiek om sanering van het geheel. Daar valt iets voor te zeggen. Maar natuurlijke selectie is in deze oneigenlijke markt niet altijd het beste mechanisme. Toevallige factoren bepalen dan mede, dat op zich goede bedrijven het onderspit moeten delven. Producenten proberen als gevolg van de krappere budgetten en een loterijeffect bij de fondsen, zelf creatief naar oplossingen te zoeken. En niet zonder resultaat. De prijs van een gemiddelde draaidag is de laatste jaren alleen maar gedaald. Oudere vakmensen (camera, geluid, regie etc.) worden vervangen door jonge mensen. Goedkoper, flexibeler en vooral kneedbaar jong personeel. Veel ervaring wordt daarmee verspild omdat in de markt een tendens ontstaat dat het allemaal goedkoper kan en moet. Een van de voorbeelden is de nieuwe film van Theo van Gogh met o.a. Paul de Leeuw. Afgewezen door het Nederlands fonds voor de film hebben de heren makers uiteindelijk hun eigen geld erin gestopt. Een lovenswaardig initiatief dat ook 'Zusje' van Robert-Jan Westdijk tot een succes heeft gemaakt. Van Gogh heeft met alle respect bewezen (en hij laat dat ook aan iedereen weten die maar wil) dat een volwassen speelfilm voor een budget van drie ton in 10 dagen is te draaien. Petje af voor Theo en de inzet van zijn team en het succes moet terecht pijnlijk zijn voor het weigerende fonds. Toch hoop ik dat deze tendens niet doorzet. Allereerst is filmen een beroep dat het verdiend om professioneel te kunnen werken met redelijke budgetten en waar nodig ervaren mensen. Afbreuk doen aan dat uitgangspunt gaat op de langere termijn ten koste van de kwaliteit, inzet en gezondheid van de betrokkenen. Liefdadigheid kan niet het uitgangspunt van film zijn.
Het bewijs door onszelf geleverd, dat het allemaal met minder kan, wordt daarmee een criterium voor omroepen en fondsen om over begrotingen te gaan zeuren. ¨Kan die ervaren oudere cameraman voor 1000 gulden per dag niet vervangen worden door een minder duur iemand¨, etc., etc. Het hek is daarmee van de dam. Volgende keer wordt Theo van Gogh door het fonds aangesproken op de begroting voor zijn volgende film. Ik hoor de heren al zeggen, ¨maar je vorige film koste toch maar drie ton¨. Ja wat moet je dan antwoorden!
Ik wil 'De Pijnbank' dan ook zien als het resultaat van een letterlijk protest tegen de willekeur. Waarom zou een ervaren filmer als van Gogh, die zich meer dan bewezen heeft, niet weer een prachtige Nederlandse film maken. Met welk recht en wiens deskundigheid wordt er getwijfeld. Een duidelijke misser van het fonds lijkt mij. Hopelijk gaat de nieuwe voorzitter Felix Rottenberg deze rimpeltjes van het fonds in de toekomst een beetje gladstrijken en maken we ons met z'n allen op voor een goed geoliede branche met aanzienlijk ruimere mogelijkheden.
Gérard Bueters ©
November 1998© Copyrights MEDIATEAM. Alle rechten voorbehouden.