Nienuis                                                                   

Het onafhankelijk producentschap is een groot goed voor de meeste SKOP-leden, maar hoe zit het daar eigenlijk mee. Ooit begonnen om geen baas boven je te hebben en te verslaafd aan films om ze niet zelf te maken. Goed na lang wikken en wegen een kantoortje gehuurd en een typemachine met secretaresse. Zo ging dat in die tijd. De jongere producenten onder ons hebben het geluk van de elektronische secretaresse onder de telefoonknop. Klinkt goed zo'n technodame die overal antwoord op heeft, behalve op de echte vragen. Maar dan die markt. Een ongrijpbaar moloch dat af en toe een paar kansen uitspuwt. Denk je hoe klein dan ook 'n ondernemer te zijn, stop je er al je geld in en merk je dat de markt artificieel is. Goed mijn ondernemersplan was niet erg doortimmerd. Had ik dat wel gehad, dan was ik er misschien nooit aan begonnen. Maar ja dan liep ik me nu als onplaatsbare werkloze nog steeds om te scholen. Godvergeve me dit alles, maar na twee mislukte huwelijken en het hoppen van film naar film wordt het zo langzamerhand tijd om de boel over een andere leest te gooien. Hoe moeten mijn kinderen ooit een vak met toekomst leren met zo'n voorbeeld. Aardig van die Vermeend om op dat moment met zijn belastingvoordeel aan mij te denken. Kan ik mijn laatste ton in de film van mijn leven investeren en krijg ik zomaar 75 % van de fiscus retour. Dat scheelt een slok op een borrel. Geef ik me op voor het telefilmproject en jawel het low budgetgeld stroomt binnen. Klop ik aan bij Fine BV, die ook zo'n 12,5 miljoen commercieel ter verdelen heeft en mijn droom wordt langzaam aan werkelijkheid. Hoezo film, vraag ik aan het commissielid. Mijn documentaire is toch ook een film. Oh, daar heeft u geen geld voor? Nou dan maar een producenten productiefonds oprichten. Echt een fonds voor onszelf. Met marktwerking erin. Een beetje risico en een beetje winnen. Win-win noemen ze dat toch als moderne economen. Nou ja om aan mijn afhankelijkheid na twintig jaar de letters 'on' toe te voegen, heb ik me op m'n vijfenveertigste maar ingeschreven voor een cursusje producentschap. D'r is zo'n nieuw instituut in Amsterdam. Genoemd naar een cinefiel. Timmeren erg aan de weg die jongens. Je leert er in een paar weken hoe het niet moet. Hadden we 20 jaar geleden moeten hebben, toch. Had ik nu een winstgevend bedrijf gehad a la van de Ende, genoteerd aan de beurs weet je wel en twee vrouwen in plaats van twee ex-en. Maar ik heb één grote troost. Al m'n kinderen zijn ondanks de misère gek van film geworden. Zeg ik tegen de oudste, goed meid ga naar de filmacademie en leer het vak. Zegt zij, ja pa maar het lijkt me beter om eerst een beetje rechten en economie te doen. Je gelooft het niet, maar toevallig ging het daar in de cursus ook voortdurend over.

Gérard Bueters ©
April 1998


© Copyrights MEDIATEAM. Alle rechten voorbehouden.