Dierenbeschermers vissen er op los                                      

We zijn goed voor onze poes, passen trouw op de hond en springen op de bres voor de eenzame korenwolf of geelstreep kikker. Maar als het om vissen gaat, maken we er een sport van om ze voor ons plezier te vangen. De zomer is weer losgebroken en naast verkoeling in het water zoeken veel hengelaars de verkoeling en spanning aan het water.

Haakjes die dwars door de lip of een deel van de vissenkop gaan. Onhandig prutsen de duizenden amateur-vissers de haakjes uit het diertje. Maar al te vaak eindigt deze marteling in een gebroken lijntje. De vis moet de rest van zijn leven verminkt en met een lijntje in zijn bek voortzetten. Gegarandeerd dat hij een keer als makkelijke prooi eindigt in de bek van een roofvis, omdat het vluchten met lijntje nogal lastig is.

Omdat zijn bek niet meer goed functioneert, moet het diertje meer risico's nemen op zoek naar eten. Of hij raakt verstrikt in afval en verdrinkt. Ja het zijn ook veel sympathisanten van dierenbescherming organisaties, die fervente vissers blijken te zijn. Nederland is hengelgek en elke zomer uit zich dat in een waanzinnige hoeveelheid hengelende volwassenen en kinderen aan de Nederlandse wateren. Een snelgroeiende miljoenen industrie waar de ene technische innovatie na de andere wordt gedaan.

Jawel meer dan een half miljoen jongeren onder de 15 jaar vissen er op los. En de bond, de NVVS, organiseert zelfs speciale jeugdopleidingen voor de kids. Leefnetten waar het spul in bewaard wordt, zijn in de praktijk gewoon sterfnetten. Van stress verzuipen de dieren in de vreemde omgeving. Dood worden ze teruggemieterd.

Sportvissers lopen te hoop tegen dierenbeschermers die de jeugd wat meer dierenfatsoen proberen bij te brengen. Verwijten over en weer dat dieren Bambi's worden. Visfanaten stellen dat het beest wel au zou zeggen als hij pijn voelde. En dat alles onder het motto: niet lullen, maar je visnet vullen. Ze gunnen elkaar het licht niet in de ogen, want waar gisteren iemand goed heeft gevangen, zit de volgende dag een oplettende ander.

De jacht op vissen is kennelijk een soort verslaving, die zelfs dierenbeschermers niet vreemd is. Zo'n karper te pakken te krijgen of een snoek van anderhalve meter, dat is fun. Hem diep in de ogen te kijken en het dier dan terug te zetten met de mededeling: 'tot de volgende keer makker''. Waar mensen al geen lol in hebben.

Oké de volgende keer deze column vanuit het perspectief van de vis, die op jacht gaat naar de mens. Vlucht die man met een gescheurde lip naar zijn huis en roept die vis hem na:
''tot de volgende keer vriend als je lip weer beter is''.

Gérard Bueters
DN 18-08-02


© Copyrights MEDIATEAM. Alle rechten voorbehouden.