Harde stoelen                                                            

Laatst werd ik gevraagd om een cursus te geven in Groningen. Niets bijzonders, behalve dat er blijkbaar behoefte is aan een Postdoctorale opleiding Televisie Journalistiek. Een geïnteresseerde, maar wel erg kleine groep studenten wachtte me op. Riant voor alle betrokkenen. Het was bijna een-op-een werken. Maar daar wilde ik het eigenlijk niet over hebben. Het was vooral de reis daar naar toe, die me op z'n zacht gezegd intrigeerde.

Meestal reis ik met de auto en af en toe hoor ik dan de geluiden om me heen hoor, dat we met z'n allen iets voor het milieu moeten doen. Een reden dit keer te besluiten met de trein te gaan. Groningen is zoals we weten ook niet de meest autovriendelijke stad. Daar hebben enkele collega's doordrammende PvdA wethouders wel voor gezorgd. Maar niets dan lof daarvoor overigens. Ik loop nu rustig door die mooie oude binnenstad zonder voortdurend op mijn hoede te moeten zijn voor onverantwoorde en in zichzelf gekeerde automobilisten. Nou ja niet helemaal, want toen ik de Vismarkt wilde oversteken, werd ik door een kolos van een stadsbus bijna van het voetgangersdomein geschept. Connexion hete het lange geval en er was inderdaad op een haar na contact. Niet dat de bestuurder er veel aan kon doen, want hij heeft die smalle busstrook ook niet ontworpen. En om de bocht te kunnen maken, moest hij toch een meter van zijn neus in mijn richting steken. Ja en in de timing ging maar net goed, bedoel ik te zeggen. Maar daar wilde ik het eigenlijk ook niet over hebben. Ik zat nog steeds in de trein. En daar knelde nou juist alles. Het begon al op het perron. Ik kom op tijd voor een kaartje en halverwege deze actie overtuigd de lokettiste mij om een treinreductiekaart te kopen. ¨Hoe vaak gaat u naar Groningen¨, vraagt ze me alsof ze mijn jaloerse echtgenote is. Helemaal ingepalmd door haar vasthoudendheid antwoord ik: ¨Voorlopig vier maal¨.

¨Nou dan heeft u zo'n kaart er al uit¨

Ik denk in mezelf, daar zit wat in. Waarom ook niet, terwijl ik ondertussen gehaast op mijn horloge de vertrektijd van de intercity zie naderen.

¨Mevrouw ik wil wel, maar moet wel mijn trein halen¨, probeer ik haar aan te zetten tot enige haast.

¨Ik doe mijn best voor u meneer. U redt het wel, maar mijn printer is nog niet klaar¨.

¨Mag ik uw foto meneer?¨, terwijl ze het loketbakkie naar voren schuift.

Ik grijp naar de zoveelste afdruk van een klein fotootje in mijn portemonnaie, dat ik al jaren gebruik en waar mijn kinderen van zeggen dat ik er zo jong uitzie.

¨Meneer de foto is een beetje klein. Ik hoop dat ze daar op het hoofdkantoor geen probleem mee hebben. Het zou kwijt kunnen raken en dan moet u langer wachten¨.

Zonder een woord te zeggen, laat ik haar weten geen andere te hebben. Met deze vriendelijke en overijverige dame weet je maar nooit waar een nieuwe opmerking weer toe leidt. Ze laat zich niet uit het veld slaan en vertelt haarfijntjes waar de pasfoto automaat staat. Ik knik afwijzend.

¨Nee ik denk dat we het hier mee moeten doen mevrouw¨. Ik wil nu echt mijn trein halen. Natuurlijk liefst met korting, maar als het niet anders kan graag zonder. Gehaast verlaat ik het loket en stap in de overvolle trein. Het lukt me niet met twee kleine koffertjes door de smalle en overvolle paden een zitplaats te zoeken. Gezien het aantal staande mensen ook zinloos. Dat betekent minimaal staan tot Amersfoort. Daar aangekomen bemachtig ik een plekje 2e klas tegen de rijrichting in. Na een half uur glijden we station Zwolle binnen. Mijn zitvlak is inmiddels aardig beurs aan het worden. Het gekke is dat ik de hele reis probeer om de goede zithouding te vinden en het lukt me maar niet. Het ene moment steun ik op mijn ene bil en dan weer op de andere. Op beide billen tegelijk houd ik het maar enkele minuten vol. Het stugge en harde kunstleer geeft op geen enkele manier mee. Het is alsof ik boven op de bult van een dromedaris zit. Door af en toe op een bil te schuiven, ben ik in staat om een deukje in de bank te drukken en krijg ik enig gevoel van zitten. Waar heeft die ontwerper zich de avond voor zijn geniale inval mee bezig gehouden. In ieder geval niet met stoelen. Ik ben de dame achter het loket al lang vergeten, maar voel me toch gepakt door haar. Ik weet niet of zij 1e klas reist, maar haar billen moeten ongetwijfeld nog kwetsbaarder zijn. Nu ben ik verplicht om regelmatig met dit kreng uit een andere tijd te reizen. Nou, dat is een keer en nooit meer, was mijn conclusie na aankomst in Groningen. De cursisten hebben er niets van gemerkt, maar ik was tijdens het eerste uur behoorlijk ontdaan. Toen pas trok het dove gevoel uit mijn billen en kon ik weer een beetje mezelf zijn.

Bij gebrek aan vervoer op de terugweg toch maar weer in de trein. Dit keer wel 1e klas en dat scheelt meteen een slok op een borrel. Zachte fluwelen banken. De aankondiging dat er een cateraar voorbij komt, die zich pas na ruim een uur vlak voor Amersfoort laat zien. Goed ik wil niet lullig doen, maar als ik voor de volgende productiebespreking of cursus het land in moet, twijfel ik toch sterk om met de stalen ros te reizen. Mensen die paard rijden oefenen toch ook lang, voordat ze zonder pijn plezier hebben van een ritje op het beest. Als ik dan mag kiezen, oefen ik voor die prijs liever op iets anders.

Gérard Bueters
03 November 1999


© Copyrights MEDIATEAM. Alle rechten voorbehouden.